Preken

Terug naar overzicht

Preken

Preek van de week: 18 januari 2026 - Francis Akkara o.p.

De pastoor van onze parochie, Didier Croonenberghs o.p. of één van zijn medebroeders houden tijdens de zondagsviering een homilie. Een wekelijkse pastorale handleiding voor de gelovigen op basis van het evangelie. Hieronder vindt u de preek van de voorbije week: 

“Zie het Lam Gods”

Ik moet iets bekennen: ik ben heel slecht in het onthouden van namen. Ik kan iemand naar zijn naam vragen, die dan beleefd herhalen — en hem bijna meteen daarna weer vergeten. Het is geen gebrek aan interesse. Zo werkt mijn geheugen nu eenmaal.

Wat ik wél onthoud, zijn de kenmerken van mensen. Als iemand mij vraagt: Ken je Kevin? en alleen die naam gebruikt, dan is de kans groot dat ik niet meteen weet wie hij bedoelt. Maar als hij zegt: Kevin, de voetballer, dan weet bijna iedereen over wie het gaat: Kevin De Bruyne.

Hetzelfde gebeurt ook dichter bij huis. Als iemand zegt: Ken je pater Dries?, dan zal ik misschien even aarzelen. Maar als ze zeggen: Ken je pater Opa?, dan verschijnt het beeld meteen. Maak je geen zorgen over mijn geheugen, maar ‘Opa’ — die naam zal ik tenminste niet zo snel vergeten.

Heel vaak herkennen we iemand dus niet eerst aan zijn naam, maar aan wat hem tekent — iets wat hij deed, iets wat hij met zich meedraagt, iets wat bij ons is blijven hangen. Betekenis komt vóór het etiket. Relatie vóór definitie. En dat zegt ons iets belangrijks over hoe herkenning werkt — niet alleen bij mensen, maar ook bij God.

Want herkenning gebeurt niet altijd meteen, zelfs niet wanneer iemand al aanwezig is. Dat horen we precies in het evangelie van vandaag. Johannes de Doper kijkt naar Jezus, die recht voor hem staat, en zegt iets onverwacht eerlijks: “Ik kende Hem niet.”

Die zin is belangrijk. Johannes is niet achteloos of onoplettend. Hij is trouw, gedisciplineerd, gehoorzaam aan zijn roeping. En toch komt de herkenning langzaam. God kan dichtbij zijn vóór Hij herkend wordt.

En juist vanuit dat niet-weten spreekt Johannes uiteindelijk de woorden die ertoe doen: “Zie het Lam Gods.” Wanneer Johannes Jezus het Lam Gods noemt, verzint hij geen nieuw beeld. Hij wekt een herinnering — want herinnering is de manier waarop het geloof herkent waar het al zo lang op wacht.

Voor de mensen die luisterden, opende het woord Lam meteen een gedeeld verhaal. De eerste herinnering is die van Pasen. Dat was geen herinnering aan rust of helderheid. Het was een herinnering aan  nachtelijke angst en onzekerheid. Het volk was nog steeds in slavernij. Er was nog niets veranderd. Er was geen zichtbaar bewijs dat de bevrijding zou komen. En juist dáár gaf God het lam.

Het lam merkte hun deuren vóór ze veilig waren. Het werd gegeten vóór de bevrijding zichtbaar was. Het werd het teken dat God al aan het handelen was, terwijl alles er nog onopgelost uitzag.

Wanneer Johannes dus naar Jezus wijst met de woorden Lam Gods, zegt hij tegen de mensen: de God die jullie toen heeft gered, is ook nu weer aan het werk. Verlossing begint niet pas wanneer alles geregeld is. Ze begint wanneer God zichzelf geeft, midden in wat nog kwetsbaar is.

Daaruit groeit een tweede, diepere herinnering — niet aan één nacht, maar aan een lange geschiedenis van wachten, teleurstelling en hoop die geleerd heeft voorzichtig te zijn.

Generaties lang had het volk gewacht op Gods redding. Ze wisten zich geroepen, hadden zich gegeven, hadden verwachtingen gekoesterd. Maar vaak voelde hun geschiedenis onaf. Beloften leken niet vervuld. Inzet leek vruchteloos. Koningen kwamen en gingen. Bewegingen beloofden veel en lieten weinig na.

Die ervaring klinkt door in de woorden van de dienaar bij Jesaja. Hij weet zich door God geroepen. Hij heeft zich volledig gegeven. En toch durft hij te zeggen wat velen herkennen: “Voor niets heb ik mij afgetobd.”

God ontkent dat gevoel niet. Hij wijst het niet af. Hij verruimt het. Wat de dienaar ziet, is slechts een deel van het verhaal. Zijn zelfgave reikt verder dan hij kan overzien — tot de volken, tot aan de uiteinden van de aarde. Wat klein, kwetsbaar en onvoltooid lijkt, wordt juist het middel waardoor God velen redt. Dat is waarom Johannes’ woorden zo belangrijk zijn.

Door Jezus het Lam Gods te noemen, zegt hij: laat je niet misleiden door wat onopvallend is. Verlossing komt niet zoals jullie het hadden verwacht, maar zoals God altijd heeft gewerkt — door wat zacht is, blootstaat, en gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Het Lam is niet indrukwekkend. Het Lam overweldigt niet. Het Lam geeft zichzelf.

En precies dát is de herinnering die Johannes wakker maakt: telkens wanneer God zijn volk werkelijk redde, gebeurde dat door wat zij dreigden te onderschatten. Daarom zegt Johannes niet: begrijp wie dit is. Hij zegt: kijk opnieuw. Pas nu horen we zijn eerdere woorden ten volle: “Ik kende Hem niet.”

Herkenning komt langzaam, omdat een offer dat vaak ook doet. Gods werk is al begonnen vóór wij de diepte ervan begrijpen. Johannes herkent Jezus uiteindelijk niet omdat alles duidelijk wordt, maar omdat hij iets standvastigs ziet: de Geest blijft. De gave trekt zich niet terug. Het offer wijkt niet.

De psalm van vandaag geeft woorden aan die houding: “Hier ben ik, Heer; ik kom om uw wil te doen.” Niet omdat alles begrepen is, maar omdat het vertrouwen groeit.

Dus wanneer wij de woorden horen: “Zie het Lam Gods,” wordt ons het hart van het evangelie getoond: een God die redt door zichzelf te geven — geduldig, stil, zonder spektakel.

En bij elke eucharistie keren die woorden terug: Lam Gods. Een gegeven leven. Een gedragen last. Een offer dat ons blijft dragen.

Zoals de mensen aan de Jordaan opschrokken toen Johannes zei: “Zie het Lam Gods” — omdat dat ene woord hun hele geschiedenis met God wakker riep — zo gebeurt dat ook met ons.

Telkens wanneer wij die woorden horen, worden wij herinnerd aan wat Christus voor ons heeft gedaan: hoe Hij zichzelf gegeven heeft, hoe Hij is blijven staan bij wat kwetsbaar was, hoe verlossing begon nog vóór alles opgelost was.

Beste broeders en zusters,

Sta even stil, dan.

Kijk opnieuw.

Zie het Lam Gods.

En als je onderweg een naam of twee vergeet — maak je geen zorgen. God vraagt niet om perfect herinnerd te worden, maar om herkend te worden waar Hij staat.

Ik weet dat sommigen van jullie straks denken: ik zal hem mijn naam nog eens zeggen. Doe dat gerust. Namen zijn niet mijn sterkste kant — mensen wel. Amen.


Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

We verzenden een wekelijkse nieuwsbrief met activiteiten en informatie over Sint Paulus.

Inschrijven